maandag 27 februari 2017

Wesley Stace - Wesley Stace's John Wesley Harding

De Britse singer-songwriter Wesley (Harding) Stace maakte tussen 1988 en 2011 een flinke stapel platen als John Wesley Harding (ontleend aan het fameuze album van Bob Dylan uit 1967). 

Zijn eigen naam gebruikte Wesley Stace tot voor een paar jaar uitsluitend voor zijn uitingen als (overigens zeer succesvol) schrijver of muziekjournalist, maar sinds het in 2013 verschenen Self-Titled maakt Wesley Stace muziek onder de naam die ook op zijn paspoort staat. 

Ik moet eerlijk toegeven dat Wesley Stace’s John Wesley Harding pas mijn eerste kennismaking is met de muziek van Wesley Stace, want tot dusver kende ik de singer-songwriter uit Hastings, East Sussex, uitsluitend als schrijver. 

Dat ik ben gaan luisteren naar Wesley Stace's John Wesley Harding is overigens de verdienste van de band die Wesley Stace op zijn nieuwe plaat begeleidt, want de Brit heeft niemand minder dan de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks weten te strikken. Dat is nog altijd een van mijn favoriete alt-country band, waardoor Wesley Stace’s John Wesley Harding me in muzikaal opzicht snel had overtuigd. 

The Jayhawks hebben hun rol als begeleidingsband uitstekend opgepakt en zetten een verrassend veelzijdig geluid neer. Het is een geluid dat vaak klinkt als vintage Jayhawks, maar de band uit Minneapolis kiest ook een aantal malen voor een wat steviger rockgeluid (met heerlijke solo’s van Jayhawks voorman Gary Louris) of juist voor een wat experimenteler geluid dat wat psychedelisch aan doet. 

Het is een fraaie basis, maar de rest moet Wesley Stace toch echt zelf doen. Hier slaagt hij verrassend goed in. De Brit is voorzien van een bijzonder aangenaam stemgeluid dat meestal doet denken aan dat van Elvis Costello, maar net wat aangenamer klinkt door een randje Nick Lowe en een randje Peter Gabriel. 

Het is een stem die aangenaam klinkt bij de fraaie klanken van The Jayhawks, maar het is ook een stem die je heel makkelijk bij de les houdt. Dat doet Wesley Stace ook met de mooie verhalen die hij vertelt op Wesley Stace’s John Wesley Harding. 

Door de mooie klanken van The Jayhawks en de bijzondere stem van Wesley Stace was ik direct onder de indruk van de nieuwe plaat van de Britse muzikant, maar Wesley Stace’s John Wesley Harding is me pas echt dierbaar geworden toen ik de plaat meerdere keren had gehoord. 

Wesley Stace schrijft songs die iets met je doen en het zijn stuk voor stuk groeibriljanten. Ook de ene cover op de plaat trekt overigens aandacht, want met Don’t Turn Me Loose vertolkt Wesley Stace op fraaie wijze de grootste hit van het al lang vergeten Haagse duo Greenfield & Cook (Rink Groenveld en Peter Kok). 

Zeker in Nederland trekt Wesley Stace niet heel veel aandacht met zijn muziek, maar het bijzonder fraaie Wesley Stace’s John Wesley Harding mag eigenlijk geen enkele muziekliefhebber missen. Erwin Zijleman





zondag 26 februari 2017

Rhiannon Giddens - Freedom Highway

Rhiannon Giddens stond in 2005 aan de basis van The Carolina Chocolate Drops en haalde in 2010 zelfs een Grammy op voor de zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek van de band uit North Carolina. 

The Carolina Chocolate Drops staat sinds 2012 op een laag pitje, maar gelukkig hebben we de soloplaten van Rhiannon Giddens. 

Twee jaar na het buitengewoon indrukwekkende, door T-Bone Burnett geproduceerde, Tomorrow Is My Turn is de Amerikaanse singer-songwriter terug met Freedom Highway. 

Rhiannon Giddens heeft op alle platen die ze tot dusver heeft gemaakt de Amerikaanse rootsmuziek uit een ver verleden geëerd en dat doet ze ook weer op haar nieuwe plaat, al staat Freedom Highway zeker niet met beide benen in het verleden. 

Waar ze op haar solodebuut kon leunen op de naam en faam van de in brede kring gerespecteerde T-Bone Burnett, produceerde ze haar nieuwe plaat samen met Dirk Powell, die binnen de Appalachen folk geldt als virtuoos op de fiddle en de banjo. Dat heeft goed uitgepakt, want Freedom Highway klinkt fantastisch en minder traditioneel dan je op basis van de keuze voor Dirk Powell zou verwachten. 

Waar Rhiannon Giddens op haar solodebuut vertrouwde op de songs van anderen, schreef ze dit keer bijna alle songs voor haar nieuwe plaat zelf (Het indringende The Angels Laid Him Away van Mississippi John Hurt is de enige cover), wat Freedom Highway interessanter maakt dan het overigens uitstekende debuut. 

Freedom Highway opent behoorlijk traditioneel met een aantal songs die het verleden van zowel de Appalachen als de Zuidelijke Verenigde Staten eren en in muzikaal opzicht een aantal decennia teruggaan naar enkele zwarte bladzijden uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. 

Het is een genre waarin Rhiannon Giddens met haar krachtige en bijzondere stem uitstekend uit de voeten kan en ook in de Appalachen folk gelouterde muzikanten weten wel raad met deze uitstapjes naar het muzikale verleden, met uiteraard een glansrol voor de banjo van Dirk Powell. 

Vanaf de vierde track laat Rhiannon Giddens horen dat ze meer kan. Het gloedvolle Birmingham Sunday is een opvallend toegankelijke soulsong met geweldige vocalen, terwijl Rhiannon Giddens in Better Get It Right The First Time niet alleen flirt met soul, maar ook met R&B en zelfs een rapper opduikt. Het zal niet overal worden gewaardeerd, maar ik vind het geslaagde uitstapjes buiten de gebaande paden van de traditionele folk uit de Appalachen, die aan het eind van de jaren 90 zo mooi op de kaart werd gezet door Gillian Welch. 

Die traditionele folk keert terug in de resterende tracks op de plaat (met uitzondering van de afsluiter), maar na de soulvolle injectie hoor je ook in de andere songs op de plaat dat Rhiannon Giddens voorzichtig buiten de lijntjes probeert te kleuren, wat haar muziek voor mij interessanter maakt. 

In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op Freedom Highway, want wat heeft Rhiannon Giddens topmuzikanten opgetrommeld voor haar tweede plaat. Het meest geraakt word ik echter door haar bijzondere stem die steeds weer wat anders klinkt en die een perfecte balans heeft gevonden tussen kracht en kwetsbaarheid. Rhiannon Giddens behoorde al tot de smaakmakers van de Amerikaanse rootsmuziek, maar zet met haar nieuwe plaat toch weer een opvallend grote stap. Erwin Zijleman





zaterdag 25 februari 2017

Brigitte DeMeyer & Will Kimbrough - Mockingbird Soul

Will Kimbrough maakte aan het begin van het huidige millennium een aantal uitstekende soloplaten, maar is toch vooral bekend als sessiemuzikant. 

Dat doet hij meer dan uitstekend (je kunt zijn naam terug vinden in de credits van heel wat legendarische rootsplaten), maar de gitarist en singer-songwriter uit Mobile, Alabama, verdient wat mij betreft toch wat meer eer. 

Die krijgt hij van Brigitte DeMeyer, want het onlangs verschenen Mockingbird Soul is een duoplaat geworden. 

Brigitte DeMeyer timmert ongeveer net zo lang aan de weg als Will Kimbrough, maar was met platen als Something After All uit 2006 en met name Savannah Road uit 2014 (waarop Will Kimbrough overigens al een flinke vinger in de pap had) net wat succesvoller dan haar mannelijke collega. 

Op Mockingbird Soul hebben de twee gelouterde rootsmuzikanten de krachten gebundeld en dat pakt uitstekend uit. Voor hun gezamenlijke plaat trokken de twee naar Nashville, Tennessee, waar ze Mockingbird Soul vrijwel zonder hulp van anderen opnamen. Mockingbird Soul is een eerbetoon aan de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat elementen uit met name de blues, soul, country, folk en gospel. 

Dat Will Kimbrough een geweldig gitarist was wist ik al, maar op Mockingbird Soul overtreft hij zichzelf met prachtig en opvallend veelzijdig gitaarspel, dat de songs op de plaat veel extra glans geeft. 

Ook in vocaal opzicht weet Will Kimbrough zeker te overtuigen, al moet hij hier toch zijn meerdere erkennen in Brigitte DeMeyer die haar doorleefde vocalen keer op keer uit de tenen haalt. Het is een stem vol soul en blues, die de songs op de plaat voorziet van heel veel emotie en beleving. De stemmen van de twee kleuren overigens ook prachtig bij elkaar, waardoor de harmonieën herinneringen oproepen aan de grote duo’s uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek. 

De vocalen worden zoals gezegd ondersteund door prachtig gitaarwerk, maar Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough kiezen verder voor de eenvoud. Meer dan wat baswerk, eenvoudige percussie en een incidentele mondharmonica hoor ik niet. Dat klinkt misschien erg sober, maar het gitaarspel van Will Kimbrough is op Mockingbird Soul zo mooi en vol dat je er ook niet veel meer bij zou willen hebben. Ook het baswek blinkt overigens uit in al zijn eenvoud. 

Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough moeten met Mockingbird Soul concurreren met stapels andere rootsplaten en trekken wat minder aandacht dan de grote namen, maar nadat de plaat eenmaal in de cd speler was verdwenen was ik onmiddellijk om. Mockingbird Soul doet immers niet onder vol al het andere dat in dit genre op het moment verschijnt en is in muzikaal en vocaal opzicht wat mij betreft zelfs beter. Prachtplaat. Erwin Zijleman