vrijdag 15 december 2017

SZA - Ctrl

Steeds wanneer ik een album bespreek dat in het hokje R&B kan worden geduwd, geef ik onmiddellijk aan dat ik normaal gesproken helemaal niet van het genre houd. 

Dat dat zo is geloof ik nog steeds, maar desondanks kijk ik niet meer op van R&B platen die mijn jaarlijstje halen. 

Vorig jaar schaarde ik het echt geweldige A Seat At The Table van Solange onder de tien allerbeste platen van 2016 en dit jaar duikt Take Me Apart van Kelela op in mijn jaarlijst. Uit meerdere en met name Amerikaanse jaarlijstjes pikte ik eerder deze week ook nog eens Ctrl van SZA op. 

Het officiële debuut van het alter ego van Solána Imani Rowe komt net wat te laat voor mijn jaarlijstje, maar ook dit is weer een R&B plaat die aangenaam vermaakt, maar me ook comtinu op het puntje van de stoel houdt. 

Op Ctrl kiest SZA voornamelijk voor lekkere lome beats en bijpassende vocalen. Diepe bassen en uiterst subtiele percussie worden gecombineerd met een wat zweverig aandoend elektronisch geluidstapijt met spoken word samples en met de soulvolle vocalen van SZA, die hier en daar wordt bijgestaan door grote rappers, onder wie Kendrick Lamar. 

SZA is een modern klinkende R&B plaat, die voor mij, als leek in het genre, naadloos aansluit op het meesterwerk van Solange van vorig jaar, maar de muzikante uit St. Louis, Missouri, verwerkt ook invloeden uit een verder verleden in haar muziek. 

Solána Rowe groeide volgens het persbericht bij de plaat op met de muziek van de Wu Tang Clan en soortgenoten, maar in huize Rowe was naar verluid ook de muziek van Björk een graag gezien gast en werd verder veel geluisterd naar jazz en naar de platen van Billie Holiday. Het zijn invloeden die je vooral terug hoort wanneer je wat beter naar de songs van SZA luistert. Het zijn songs die veel knapper in elkaar steken dan die van de gemiddelde R&B zangeres of popprinses en het zijn songs die vol verrassende lagen zitten. 

Of SZA vroeger ook veel naar Lauryn Hill en Janet Jackson heeft geluisterd vertelt het persbericht niet, maar ik hoor duidelijke invloeden van dit roemruchte tweetal. Wanneer SZA flink gas terug neemt heeft Ctrl ook wel iets van de muziek van Sade, maar dan voorzien van een eigentijdse R&B injectie. 

Het is knap hoe SZA muziek van een aantal decennia geleden combineert met de hedendaagse R&B en pop en het is ook knap hoe ze, net als Solange, andere wegen in slaat dan haar mainstream collega’s. 

Ctrl klinkt vergeleken met de meeste platen in het genre een stuk subtieler. Dat hoor je in het tempo dat verassend laag ligt, dat hoor je in de instrumentatie en productie die beiden verrassend subtiel en ingetogen zijn en in de vocalen die verassend loom en al even ingetogen klinken. 

Omdat ik geen kenner van het genre ben strijkt Ctrl voor mij ook met enige regelmaat tegen de haren in, zeker wanneer de teksten wat platvloers worden, maar dat maakt de plaat voor mij alleen maar interessanter. Ctrl is overigens in tekstueel opzicht ook wel een interessante plaat, want waar de meeste zangeressen in het genre over zelfvertrouwen niet hebben te klagen, toont SZA zich ook met grote regelmaat kwetsbaar en onzeker. 

Wanneer het gaat om haar muzikale prestaties is onzekerheid overigens totaal onnodig, want met Ctrl heeft SZA een plaat afgeleverd die moet worden geschaard onder de interessantere (R&B) debuten van 2017. Erwin Zijleman







donderdag 14 december 2017

Dan Michaelson - First Light

Een paar jaar geleden was ik erg onder de indruk van Distance van Dan Michaelson & The Coastguards. 

Toch wel enigszins tot mijn verbazing zie ik dat de plaat destijds niet is besproken op deze BLOG, terwijl een lovende recensie zeer op zijn plaats was geweest. Die lovende recensie komt er nu wel voor First Light, dat zonder The Coastguards is gemaakt. 

Ik ging er min of meer van uit dat Dan Michaelson een Amerikaan was, maar het blijkt een Brit. De uit Northampton afkomstige muzikant maakte een jaar of tien geleden een aantal aardige platen met zijn band Absentee en begon hierna aan zijn soloproject met The Coastguards. 

Het leverde een aantal platen op die, met name vanwege de instrumentatie en een hoofdrol van de pedal steel, nog wel in het hokje Amerikaanse rootsmuziek konden worden geduwd. In dat hokje hoort First Light wat mij betreft niet thuis. 

Voor de instrumentatie leunt Dan Michaelson dit keer zwaar op een klassiek orkest dat bestaat uit flink wat strijkers, een dubbele bas en een enkele blazer. Aangevuld met mooie pianoklanken levert het een geluid op dat nieuwe invulling geeft aan de begrippen donker en stemmig. 

Terwijl ik deze recensie schrijf valt de sneeuw al uren naar beneden en First Light vormt een steeds mooiere en treffendere soundtrack bij het winterlandschap dat buiten vorm krijgt. Dat is niet alleen de verdienste van de prachtig door Arnulf Lindner gearrangeerde strijkers, maar zeker ook van de bijzondere zang van Dan Michaelson. 

De nog niet zo oude Brit beschikt over een donker en wat krakerig stemgeluid en heeft een manier van zingen die het gesproken woord af en toe dicht benadert. In eigen land is de Britse muzikant al vergeleken met Leonard Cohen, maar dat vind ik relatief kort na de dood van de oude meester nog even heiligschennis. 

First Light doet mij vooral denken aan de muziek van Nick Cave, Bill Callahan, Mark Lanegan en John Murry, om maar een aantal namen te noemen, terwijl hier en daar een flard van Tom Waits, Lee Hazlewood of Van Morrison opduikt. Dan Michaelson heeft echter ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid van grote schoonheid. 

De songs op First Light slepen zich uiterst langzaam voort en zijn voorzien van een instrumentatie die over het algemeen spaarzaam is. Dan Michaelson verlaagt het tempo van zijn muziek nog wat  verder door zijn teksten over het algemeen langzaam uit te spreken. 

First Light bevat negen songs, maar omdat de songs op elkaar lijken en allemaal een laag tempo kiezen, laat de plaat zich ook beluisteren als één lange track. Het is een uiterst stemmige track waarin schoonheid en melancholie hand in hand gaan. Het is bovendien een track die prachtige beelden op het netvlies tovert. 

First Light van Dan Michaelson kleurt zoals gezegd prachtig bij het sneeuwlandschap dat zich voor mijn ogen heeft ontwikkeld de afgelopen uren, maar wanneer de zon onder gaat mag je ook je eigen beelden bedenken bij de prachtige maar ook zeer indringende klanken van Dan Michaelson. Bijzondere plaat die veel meer aandacht verdient dan de meeste releases uit december normaal gesproken krijgen. Erwin Zijleman

First Light is ook verkrijgbaar via de website van Dan Michaelson: http://shop.danmichaelsonandthecoastguards.co.uk/buy/first-light-55/.



woensdag 13 december 2017

QTY - QTY

Niets nieuws onder de zon was mijn eerste gedachte bij beluistering van het titelloze debuut van QTY, maar op een of andere manier raakte ik in no time gesteld op het debuut van de band uit New York. 

QTY komt voort uit de mij onbekende band Grand Rapids en is geformeerd rond gitaristen en vocalisten Dan Lardner en Alex Niemetz (v). 

De twee namen een paar jaar geleden een paar demo’s op in San Francisco en kregen onmiddellijk een platencontract aangeboden. Dat de platenmaatschappij vertrouwen heeft in QTY blijkt ook wel uit het feit dat niemand minder dan Bernard Butler (ook bekend als de eerste gitarist van Suede en als de helft van het onderschatte duo McAlmont & Butler) werd gestrikt voor de productie van het debuut van de band. 

QTY klinkt bij eerste beluistering als een mix van Lou Reed en The Strokes, wat betekent dat de refreinen aanstekelijk zijn en de zang wat onderkoeld klinkt. QTY is er in geslaagd om het beste van beide werelden te verenigen en een aantal decennia New Yorkse popmuziek samen te brengen. De songs van QTY zijn net zo aanstekelijk en onweerstaanbaar als die van The Strokes, maar klinken net zo urgent als de songs die Lou Reed het grootste deel van zijn carrière heeft gemaakt. 

Dan Lardner en Alex Niemetz hadden naar verluid een voorliefde voor rauwe garagerock en punky hooks, maar Bernard Butler heeft de muziek van de New Yorkse band ook voorzien van een popinjectie. Luisteren naar het debuut van QTY roept niet alleen associaties op met het imposante oeuvre van Lou Reed en het memorabele debuut van The Strokes, maar doet me ook met grote regelmaat denken aan de muziek van de Britse band Pulp. 

Bernard Butler heeft de wat grauwe klanken uit de oefenkelder in New York verder hier en daar voorzien van zonnige koortjes en breed uitwaaiende gitaarpartijen met hier en daar een vleugje glamrock. Het zorgt ervoor dat het debuut van QTY niet alleen donker en catchy klinkt, maar ook een echte feelgood plaat is. 

Toen ik de plaat een paar keer had gehoord zaten vrijwel alle songs in mijn hoofd, genoot ik van de geweldige refreinen en melodieën, was ik onder de indruk van de heerlijke gitaarlijnen van de band en enthousiast over de aan Lou Reed herinnerende vocalen van Dan Lardner. 

Het zijn vocalen die luchtiger klinken dan die van de zo legendarische stadgenoot (die helaas niet meer onder ons is), wat deels de verdienste is van Alex Niemetz, die bijzonder aangenaam klinkende vrouwenvocalen met een 60s feel toevoegt aan het geluid van QTY. 

Het debuut van QTY doet direct bij de eerste noten aan van alles en nog wat denken en klinkt daarom als oude wijn in nieuwe zakken, maar naarmate je de plaat vaker hoort valt op dat Dan Lardner en Alex Niemetz wel degelijk andere ingrediënten hebben toegevoegd, waardoor het debuut van de New Yorkse band aangenamer en aangenamer wordt. 

Ik ben er nog niet uit of het een guilty pleasure is of een echte, maar zolang de muziek van QTY zorgt voor een brede glimlach ben ik vooral heel blij met deze plaat. Erwin Zijleman



dinsdag 12 december 2017

Girlpool - Powerplant

Na de release vloed van de afgelopen weken is het de komende weken eb en vertrouw ik voor een belangrijk deel op de tips die ik vind in de jaarlijstjes van anderen (het jaarlijstje van de krenten uit de pop komt overigens op 16 december) en andere tips die ik binnen krijg. 

Het levert zo af en toe platen op die ik echt niet had willen missen en Powerplant van Girlpool is zo’n plaat. 

Het is een plaat die al in het voorjaar verscheen en het is de tweede plaat van het duo dat wordt gevormd door Cleo Tucker en Harmony Tividad, twee jonge twintigers uit Los Angeles. 

Het gekke is dat ik het debuut van Girlpool wel ken, maar de tweede plaat is me echt ontgaan eerder dit jaar. Misschien wel omdat het in 2015 verschenen Before The World Was Big me uiteindelijk niet volledig wist te overtuigen. Ik hoorde wel iets van belofte, maar destijds pakte de plaat me niet. 

Wilco’s Jeff Tweedy was wel onder de indruk van het debuut van Girlpool (en wanneer ik de plaat nu beluister kan ik hem alleen maar gelijk geven) en was eigenlijk van plan om de tweede plaat van het duo te produceren. Dat lukte door andere projecten uiteindelijk niet en daarom deden Cleo Tucker en Harmony Tividad het zelf. En ze hebben het zeer verdienstelijk gedaan.

Powerplant klinkt vergeleken met het debuut van Girlpool wat minder minimalistisch, onder andere omdat het tweetal drums heeft toegevoegd aan het geluid. Het is een geluid dat me met grote regelmaat herinnert aan de uit de jaren 90 stammende prachtplaten van onder andere Juliana Hatfield en Liz Phair. Girlpool heeft de dynamiek van deze platen meegenomen naar haar tweede plaat en vervolgens verder verfijnd. 

Het contrast tussen aan de ene kant wonderschone gitaarlijnen en fluisterzachte en suikerzoete vocalen en aan de andere kant het hoge lo-fi gehalte en de stevige gitaaruitbarstingen is levensgroot, maar bij Girlpool gaan beide uitersten vrijwel naadloos in elkaar over, wat de tweede plaat van het Californische duo voorziet van dynamiek, onderhuidse spanning en lading. 

In de meest melodieuze momenten schuurt Girlpool dicht tegen de dreampop (denk vooral aan Lush) en shoegaze aan, maar de twee muzikanten uit Los Angeles zijn ook niet vies van noisy uitbarstingen of heerlijke rammelpop. Hiernaast zijn er de zonnige gitaarloopjes die zomaar uit de gitaren van Johnny Marr hadden kunnen komen, maar die ook ieder moment kunnen omslaan in een bak herrie. 

De songs van Girlpool lijken op het eerste gehoor behoorlijk simpel en sober, maar hoe vaker ik ze hoor, hoe beter en mooier ze worden. Het gitaarwerk wordt bij meerdere keren horen alleen maar veelkleuriger en betoverender, maar ook de stemmen van Cleo Tucker en Harmony Tividad hebben steeds meer effect en groeien aan kracht. 

Direct bij eerste beluistering wist ik dat Powerplant van Girlpool een plaat is die ik ga koesteren, maar inmiddels kan ik nauwelijks meer zonder de zoete maar soms ook venijnige verleiding van het duo uit Los Angeles. 

Met Jeff Tweedy achter de knoppen had de plaat waarschijnlijk wat meer aandacht gekregen, maar of de Wilco voorman het torenhoge niveau van Powerplant had weten te evenaren lijkt me niet op voorhand zeker. 

Ik zet Powerplant nog maar eens op en wordt onmiddellijk beneveld door honingzoete stemmen en gitaarlijnen waarvan je alleen maar kunt dromen. Zwaar verslavende plaat die met hoge snelheid richting de top van mijn jaarlijst schiet. Wat ben ik blij dat ik hem uiteindelijk niet gemist heb. Erwin Zijleman

Een digitale versie van Powerplant van Girlpool is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://girlpoool.bandcamp.com.





 

maandag 11 december 2017

Mount Eerie - A Crow Looked At Me

De Amerikaanse muzikant Phil Evrum heeft inmiddels een behoorlijke staat van dienst in de popmuziek, maar zijn naam zal bij velen geen belletje doen  rinkelen. 

Zelf ken ik hem vooral van zijn project The Microphones, dat aan het eind van de jaren 90 en aan het begin van het nieuwe millennium een aantal bijzondere platen maakte, waaronder mijn voorlopige favoriet The Glow, Pt. 2 uit 2001 en Mount Eerie uit 2003. 

Die laatste plaat gaf het volgende project van Phil Evrum zijn naam en ook als Mount Eerie heeft de Amerikaan inmiddels een flinke stapel platen op zijn naam staan. Het zijn in eigen beheer uitgebrachte platen die in Nederland nauwelijks aandacht hebben gekregen en persoonlijk ken ik ze dan ook geen van allen. 

Het dit jaar verschenen A Crow Looked At Me duikt, toch wel enigszins tot mijn verrassing, op in aardig wat jaarlijstjes (waaronder zelfs in de top 10 van het verder weinig verrassende lijstje van Oor) en daarom ben ik ook maar eens naar de plaat gaan luisteren. Het blijkt een zeer persoonlijke en donker gekleurde plaat met vooral ingetogen of zelfs verstilde songs. 

Dat A Crow Looked At Me zo’n donkere plaat is geworden, is niet zo gek. Vorig jaar overleed de vrouw van Phil Evrum en de moeder van zijn kind. Geneviève Castrée was een Canadese kunstenaar, schrijver en muzikant, die de strijd tegen kanker verloor en Phil Evrum verslagen heeft achtergelaten. 

De Amerikaanse muzikant nam A Crow Looked At Me op in de kamer waarin zijn geliefde overleed, gebruikte haar gitaar, bas en apparatuur, schreef de teksten op haar papier en keek uit hetzelfde raam als Geneviève Castrée deed in haar laatste dagen. De sober ingekleurde songs laten horen dat Phil Evrum het verlies van zijn geliefde nog lang niet heeft verwerkt en nog niet meer zijn dan de eerste stapjes in dit proces. 

De songs op A Crow Looked At Me zijn gitzwart en lopen over van melancholie en verdriet. Het zijn zeker niet de mooiste of meest bijzondere popliedjes die Phil Evrum heeft geschreven, maar het zijn wel popliedjes die je diep kunnen raken. 

Ik heb de plaat inmiddels zelf meerdere keren beluisterd en het kostte me eerlijk gezegd steeds meer moeite om naar de plaat te luisteren. Bij beluistering voel ik me de ongewenste getuige van de diepe rouw van een muzikant, die in zijn songs alleen maar aan zijn overleden vrouw kan denken en het liefst in huilen uit zou barsten. 

Het levert muziek op die opvalt door zijn puurheid en eenvoud, maar die vooral indruk maakt met de enorme hoeveelheid emotie die er in is opgeslagen. Luister naar A Crow Looked At Me van Mount Eerie en er schuiven aardedonkere wolken voor de zon. De meeste songs op de plaat zijn bijna deprimerend, maar hebben ook een bijzondere ruwe schoonheid. Het zorgt ervoor dat het bijna pijn doet om naar A Crow Looked At Me te luisteren, maar op een of andere manier wil ik het toch steeds weer horen. 

Iets in mij zegt dat Phil Evrum deze door persoonlijk leed gedomineerde songs voor zichzelf had moeten houden, maar dat heeft de Amerikaan niet gedaan. Hij maakt de luisteraar nu deelgenoot van zijn verdriet en draagt de pijn voor een heel klein beetje over. Het luisteren naar de songs op de plaat wordt steeds moeilijker, maar zolang ik het idee heb dat ik Phil Evrum er een beetje mee help blijf ik het doen. Erwin Zijleman

De digitale versie van A Crow Looked At Me is verkrijgbaar via bandcamp: https://pwelverumandsun.bandcamp.com/album/a-crow-looked-at-me
Een fysiek exemplaar via de website van Phil Evrum: http://www.pwelverumandsun.com/store#mounteerie.



 

zondag 10 december 2017

Howe Gelb & Lonna Kelly - Further Standards

Howe Gelb, natuurlijk vooral bekend als voorman van Giant Sand, maar inmiddels ook van een flink aantal prima soloplaten, verraste vorig jaar met het opvallende Future Standards. 

Op deze plaat trad de muzikant uit Tucson, Arizona, in de voetsporen van Bob Dylan, die zich op zijn laatste paar platen heeft gemanifesteerd als een volleerd crooner. 

Future Standards stond vol met songs die Frank Sinatra heel graag vertolkt zou hebben, maar waar Bob Dylan de songs uit het American Songbook haalde, schreef Howe Gelb zijn “Sinatra songs” op Future Standards gewoon zelf. 

De Amerikaanse muzikant ging na de release van de plaat het podium op met de songs van Future Standards en kijkt een jaar later terug met Further Standards. De nieuwe release bevat een groot aantal songs van de vorige plaat, maar dan live opgenomen, maar bevat ook restmateriaal en een aantal gloednieuwe songs. 

Op de cover van Further Standards prijkt niet alleen de naam van Howe Gelb, maar heeft ook de naam van zangeres Lonna Kelley een plekje gekregen. De geweldige stem van Lonna Kelly noemde ik vorig jaar nog het geheime wapen van Future Standards, maar op het podium is de rol van de uit Phoenix, Arizona, afkomstige zangeres flink gegroeid. Op Further Standards zijn de zwoele vocalen van Lonna Kelly daarom niet langer een geheim wapen, maar zijn ze het sterkste wapen van de plaat. 

Further Standards borduurt natuurlijk flink voort op het vorig jaar zo goed ontvangen Future Standards, maar ik vind het toch meer dan een tussendoortje. De live opgenomen songs laten horen dat Howe Gelb ook op het podium een uitstekend crooner is en dat de songs van de plaat in een nog wat eenvoudigere jazzy instrumentatie minstens net zo makkelijk overeind blijven als een jaar geleden. 

Howe Gelb zingt op zijn minst verdienstelijk, maar hij legt het toch af tegen Lonna Kelly die alle songs op de plaat nog wat verder omhoog stuwt. Further Songs is een heerlijke plaat voor de late, kleine en vroege uurtjes en geven je het gevoel dat je de woonkamer in het koude Nederland hebt verruild voor een broeierige nachtclub in Arizona. 

In deze nachtclub vertolkt Howe Gelb met eenvoudige middelen zijn songs en het zijn songs die stuk voor stuk tijdloos klinken. Hier en daar mag de gitarist heerlijk soleren, maar over het algemeen genomen is de muziek sober en staan de stemmen centraal. Met name Lonna Kelly steelt hierbij keer op de keer de show, maar de contrasten die Howe Gelb aanbrengt zitten haar zeker niet in de weg en tillen de zang van de mij verder onbekende zangeres keer op keer naar een nog wat hoger niveau. 

Howe Gelb heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan en het is een oeuvre vol verrassende wendingen. Ook de vorig jaar op Future Standards ingeslagen weg was een verrassende wending en het was een hele aangename. Further Standards laat horen dat Howe Gelb nog wel even door kan gaan op de ingeslagen weg, want ik hoor op de nieuwe plaat, tussendoortje of niet, alleen maar groei. Erwin Zijleman

Further Standards van Howe Gelb en Lonna Kelly is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Howe Gelb: https://howegelbmusic.bandcamp.com/album/further-standards.



 

zaterdag 9 december 2017

Japanese Breakfast - Soft Sounds From Another Planet

Japanese Breakfast is het alter ego van de uit Philadelphia, Pennsylvania, opererende Michelle Zauner. 

Deze Michelle Zauner, die Zuid Koreaanse roots heeft, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Ze timmerde in kleine kring aan de weg met haar band Little Big League en bracht als Japanese Breakfast al een aantal cassettes (!) uit, voor ze vorig jaar debuteerde met Psychopomp, waarop Michelle Zauner de dood van haar moeder probeerde te verwerken. 

Het eerder dit jaar verschenen Soft Sounds From Another Planet had ik al wel eens beluisterd, maar bij vluchtige beluistering maakte het album op mij zeker geen onuitwisbare indruk. Omdat ik de plaat nu zie opduiken in enkele aansprekende jaarlijstjes, heb ik de plaat echter een nieuwe kans gegeven en wat eerder dit jaar niet gebeurde, gebeurt nu wel. Ik ben onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikante.

Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet muziek die zich heeft laten inspireren door het universum, wat dromerige en ruimtelijke klanken oplevert. Het zijn klanken die prachtig passen bij het warme en verleidelijke stemgeluid van Michelle Zauner, dat de muziek op Soft Sounds From Another Planet nog net wat lomer en dromeriger maakt. 

Toch is de muziek van Japanese Breakfast niet altijd muziek om bij weg te dromen. De plaat citeert hier en daar uit de archieven van de dreampop en is ook zeker niet vies van psychedelica, maar de songs van Michelle Zauner hebben zo nu en dan ook een gruizige of tegendraadse kant. Deze komt naar voren in voorzichtig opgebouwde gitaarmuren of in tegen de stroom in draaiende gitaarlijnen, die de muziek van Japanese Breakfast voorzien van net wat meer avontuur dan de gemiddelde indie-pop plaat. 

Qua invloeden blijft het zeker niet bij dreampop, psychedelica en wat shoegaze, want Michelle Zauner gaat op Soft Sounds From Another Planet ook aan de haal met indie-rock, synthpop, 80s pop en pure pop van dit moment, waardoor haar muziek uiteindelijk lastig in een hokje is te duwen en zich ook niet makkelijk laat vergelijken met die van anderen. Wanneer ik dat probeer liggen namen als Jay Som, Soccer Mommy en Frankie Cosmos het meest voor de hand. 

De muziek van Japanese Breakfast ging bij mij een aantal maanden geleden makkelijk het ene oor in en het andere oor weer uit en dat verbaast me eerlijk gezegd niet. Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet popliedjes die makkelijk vervliegen en die bovendien niet altijd direct hun schoonheid prijs geven. Wanneer ik de plaat op de achtergrond laat voortkabbelen blijft er nog steeds maar weinig hangen, maar wanneer ik de muziek van Michelle Zauner met flink volume of met de koptelefoon beluister dringen de songs op Soft Sounds From Another Planet zich stuk voor stuk genadeloos op. 

Japanese Breakfast gaat op eigenzinnige wijze aan de haal met uiteenlopende invloeden en springt hierbij van de hak op de tak. Het ene moment zit je midden in de dreampop, het volgende moment opeens in de beste jaren van Roxy Music, om de organische klanken vervolgens weer direct te verruilen voor kille elektronica of juist voor nog meer warmte. Van zoveel variatie moet je houden, maar als je er van houdt is de muziek van Michelle Zauner muziek vol mooie verrassingen. Soft Sounds From Another Planet springt even kris kras door het verleden, waarbij ook nog een vleugje Phil Spector opduikt, maar schiet vervolgens op intrigerende wijze en vol vertrouwen de toekomst in. 

Hoe vaker je de popliedjes van Japanese Breakfast hoort hoe zoeter en onweerstaanbaarder ze worden. Waar de groei van Soft Sounds From Another Planet durf ik momenteel nog niet te voorspellen, maar dat de plaat ver gaat reiken is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman

Soft Sounds From Another Planet van Japanese Breakfast is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://michellezauner.bandcamp.com/album/soft-sounds-from-another-planet.






 

vrijdag 8 december 2017

Rush - A Farewell To Kings, 40th Anniversary Edition

In 1978 kocht ik mijn eerste plaat van de Canadese band Rush, het destijds net verschenen Hemispheres, dat mijn liefde voor de muziek van de band flink aanwakkerde. 

Vervolgens kocht ik tegelijkertijd A Farewell To Kings uit 1977 en het uit 1976 stammende 2112, dat uiteindelijk mijn favoriete Rush plaat werd. Mede hierdoor sneeuwde A Farewell To Kings direct onder.

Ik ben Rush lang blijven volgen, maar A Farewell To Kings heeft altijd minder aandacht gekregen dan de meeste andere platen van het drietal uit het Canadese Toronto. 

Veel tracks van A Farewell To Kings ken ik van de vele live platen van Rush, maar pas sinds de 40th Anniversary Edition van de plaat op de draaitafel ligt heb ik de plaat uit 1977 wat vaker als geheel beluisterd en dat doet wat met de songs. 

A Farewell To Kings is een plaat die naadloos aansluit op de andere platen die Rush in de tweede helft van de jaren 70 maakte. Ook A Farewell To Kings bevat een aantal lange tracks en het zijn tracks vol muzikaal vuurwerk. Rush kan in deze lange tracks stevig rocken, maar kan ook uitpakken met hoogstandjes die raken aan de symfonische rock uit de jaren 70. 

Ook op A Farewell To Kings verrast Rush met uiterst ingetogen passages vol subtiele klanken en hier en daar zelfs fluitende vogeltjes, maar trekt het ook hoge gitaarmuren op, waarna de trommelvliezen nog wat verder op de proef worden gesteld door de hoge zang van bassist Geddy Lee. Het voorziet de platen van de band van heel veel dynamiek.

Niet iedereen zal gevoelig zijn voor de muzikale hoogstandjes van Rush en het vaak wat pompeuze geluid van de band, maar ik vind het prachtig. Het gitaarwerk van Alex Lifeson is om je vingers bij af te likken, Neil Peart drumt alsof zijn leven er van af hangt en strooit continu met onnavolgbare ritmes, terwijl Geddy Lee alle gaten dicht met fantastische basloopjes en zijn uit duizenden herkenbare zang. Het is muziek zoals die tegenwoordig niet veel meer wordt gemaakt, maar wat mij betreft is de muziek van Rush nog net zo essentieel als 40 jaar geleden. 

Ik kende van A Farewell To Kings zoals gezegd wel veel individuele tracks, maar net zoals op zoveel andere platen van Rush uit de jaren 70 overstijgt het geheel ruimschoots de som der delen. 

A Farewell To Kings ligt qua geluid vrij dicht bij het een jaar later verschenen Hemispheres en laat vergeleken met de eerdere platen van de Canadese band een wat grotere rol voor synthesizers horen. De plaat houdt je bijna veertig minuten op het puntje van je stoel en imponeert met muziek die staat als een huis en met zang die op een aangename manier door merg en been gaat. 

Waar de originele versie van de plaat na bijna 40 minuten ophield, heeft de 40th Anniversary Edition uiteraard flink wat extra’s te bieden (waarbij je het zo gek kunt maken als je zelf wilt). Deze extra’s bestaan uit geweldig live-materiaal en, verrassend, een aantal uitvoeringen van Rush tracks door andere bands (onder andere Dream Theater en The Trews). Dat laatste hoeft van mij niet zo, maar het live-werk knalt uit de speakers, net als de fraai geremasterde versie van A Farewell To Kings, dat ik na al die jaren alsnog omarm als een van de betere platen van Rush. Erwin Zijleman





donderdag 7 december 2017

Sumie - Lost in Light

Lost In Light van de Zweedse singer-songwriter Sumie roept vooralsnog gemengde reacties op, waarbij vooral de uitersten goed zijn vertegenwoordigd. 

De een vindt de tweede plaat van het alter ego van Sandra Sumie Nagano (zus van Yukimi Nagano van Little Dragon) van een bijna onwerkelijke schoonheid en intimiteit, de ander vindt de plaat ondraaglijk saai en totaal kleurloos. 

Lost In Light is mijn tweede kennismaking met de muziek van de Zweedse singer-songwriter met deels Japanse roots, want precies vier jaar geleden was ik al erg enthousiast over haar titelloze debuut, dat de muziekliefhebber overigens ook al in twee kampen verdeelde. 

Laat ik er niet langer omheen draaien. Ik vind ook Lost In Light weer wonderschoon. 

Ook op haar tweede plaat kiest Sumie voor uiterst ingetogen songs vol echo’s uit het verleden. De Zweedse singer-songwriter raakt nog altijd aan de pastorale Amerikaanse en Britse folkies uit de jaren 60(Linda Perhacs, Vashti Bunyan, Karen Dalton en noem ze maar op), maar schuurt ook stiekem tegen de muziek van het door mij bewonderde Mazzy Star aan en raakt heel af en toe ook aan een Portishead (maar dan wel een totaal gestripte versie van Portishead). 

De songs van Sumie worden gedomineerd door haar prachtige stem, die een brug slaat tussen de folkies en psychedelische folkies uit het verleden en de zwoele en zweverige zangeressen uit het heden (onder wie uiteraard Mazzy Star’s Hope Sandoval en Portishead's Beth Gibbons). 

De mooie, indringende en vaak wat pastoraal aandoende zang wordt net als op het debuut spaarzaam begeleid. De akoestische gitaar vormt hierbij de basis, maar laat je niet misleiden door de op het eerste gehoor uiterst sobere klanken op de tweede plaat van Sumie. 

Op haar debuut wist de singer-songwriter uit Gothenburg pianist Dustin O’Halloran en muzikant en componist Nils Frahm te strikken voor bijzonder fraaie accenten en dit keer geven niemand minder dan Peter Broderick en een aantal Zweedse muzikanten de songs van Sumie veel meer glans dan je bij oppervlakkige beluistering zult horen en betovert de muziek van Sumie ook met strijkers, piano en hele mooie gitaarklanken. 

Het gekke is dat ik Lost In Light na een aantal keren horen helemaal geen hele sobere plaat meer vind. De songs van Sumie zitten vol wonderschone details en worden gedomineerd door ingehouden en onderhuidse spanning. 

De stem van Sumie klinkt op het eerste gehoor misschien wat vlak en plechtig, maar hoe vaker ik naar de muziek van de Zweedse singer-songwriter luister, hoe mooier en gevoeliger ik haar stem vind en hoe meer impact haar muziek heeft. 

Het debuut van Sumie sneeuwde vier jaar geleden wat onder door een onhandig getimede release in december. Het vorige maand verschenen Lost In Light moest concurreren met stapels andere releases en komt hierdoor nog maar weinig aan de oppervlakte. Het is doodzonde, want ook de tweede plaat van Sumie is er een die bij voldoende aandacht naar grote hoogten kan stijgen en heel wat kleine of vroege uurtjes op bijzonder fraaie wijze kan inkleuren. Hele mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Lost In Light van Sumie is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sumie.bandcamp.com/album/lost-in-light.






 

woensdag 6 december 2017

Songhoy Blues - Résistance

Ik dacht met de platen van Tinariwen en Tamikrest de beste ‘woestijnblues’ van 2017 wel te pakken te hebben, maar in de Britse en Amerikaanse jaarlijstjes kwam ik ook nog Résistance van Songhoy Blues tegen en ook dat blijkt een interessante plaat. 

Songhoy Blues werd een paar jaar geleden opgericht in Bamako, in het zuiden van Mali, door muzikanten die hun hart in het noorden van het Afrikaanse land hadden liggen. 

De leden van de band verlieten het door hen zo geliefde Timboektoe noodgedwongen toen Islamitische extremisten daar de macht overnamen en het maken van muziek verboden. 

In Bamako werd de band snel opgepikt door de internationale muziekpers, waardoor Résistance in Londen kon worden opgenomen en met name in het Verenigd Koninkrijk warm werd onthaald. 

Net als Tinariwen en Tamikrest maakt Songhoy Blues muziek die het etiket woestijnblues of Mali blues opgeplakt zal krijgen en daar is wel wat voor te zeggen. De muziek van de Malinese band is diep geworteld in de muzikale tradities van het Afrikaanse land en borduurt voort op de muzikale erfenis van Ali Farka Touré, die de Malinese muziek in de jaren 90 op de kaart zette. 

Net als de soortgenoten binnen de woestijnblues maakt Songhoy Blues buitengewoon bezwerende muziek. Het is muziek die opvalt door bijzondere gitaarloopjes, bedwelmende gitaarwolken en door vocalen die anders klinken dan we in de Westerse popmuziek gewend zijn. En net als de platen van Tinariwen en Tamikrest is Résistance een plaat die alle ellende in het vaderland van de muzikanten gepassioneerd aan de kaak stelt. 

Zeker nu de temperaturen zijn gedaald naar Winterse waarden maakt Songhoy Blues muziek die de temperatuur een paar graden laat stijgen. Bovendien maakt de band muziek die je makkelijk meesleept of zelfs hypnotiseert en die betovert met heerlijk gitaarspel en een soepel swingende ritmesectie. 

Naast overeenkomsten met de muziek van Tinariwen en Tamikrest zijn er ook verschillen. Op Résistance ligt het tempo net wat hoger dan op de meeste andere platen met het stickertje woestijnblues en verder laat Songhoy Blues zich beïnvloeden door net wat andere genres dan bijvoorbeeld Tinariwen. 

Waar Tinariwen tegen de blues en de rock uit de jaren 70 aan leunt, kiest Songhoy Blues vooral voor invloeden uit de disco, reggae en vooral de funk. Résistance klinkt hierdoor wat vrolijker dan de platen van de andere bands uit het genre, maar schijn bedriegt. 

Songhoy Blues klinkt zeker op het eerste gehoor wat lichtvoetiger dan ik gewend was van bands uit Mali, maar door het bezwerende karakter van de muziek van de Malinese band en het verwerken van flink wat invloeden uit de traditionele Afrikaanse muziek, wordt het nergens te lichtvoetig. 

Ik moest overigens wel wennen aan de funky impuls die de woestijnblues van Songhoy Blues heeft gekregen, maar inmiddels waardeer ik Résistance net zo zeer als de laatste platen van Tinariwen en Tamikrest, al is het maar omdat Songhoy Blues weer een nieuwe dimensie toevoegt aan dit zo bijzondere Afrikaanse genre. Erwin Zijleman

Resistance van Songhoy Blues is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://songhoyblues.bandcamp.com/album/r-sistance.






 

dinsdag 5 december 2017

Fabrizio Cammarata - Of Shadows

Onlangs kreeg ik Of Shadows van ene Fabrizio Cammarata in handen. De naam kwam me wel enigszins bekend voor en na wat speurwerk in de platenkast vond ik het in 2011 verschenen Rooms. 

Rooms, een ode aan de Siciliaanse hoofdstad Palermo, vond ik destijds een hele mooie en indrukwekkende plaat. Het was een plaat waarop de Italiaanse muzikant begon bij de jonge jaren van Bob Dylan en Cat Stevens, maar er uiteindelijk ook de nodige exotische invloeden bij sleepte en de plaat bovendien voorzag van de verwachte Mediterrane passie en emotie. 

Op Of Shadows klinkt Fabrizio Cammarata wat anders dan op Rooms, maar ook de nieuwe plaat van de Italiaan vind ik weer een hele bijzondere. Ook op zijn nieuwe plaat stopt de Italiaanse muzikant weer flink wat emotie in zijn vocalen, waardoor de muziek van Fabrizio Cammarata zich makkelijk opdringt. Of Shadows is hiernaast voorzien van een opvallend sfeervolle, stemmige en ingetogen instrumentatie. 

De bijdragen van gitaar en piano zijn opvallend subtiel, waarna het geluid op de nieuwe plaat van Fabrizio Cammarata al even subtiel verder wordt ingekleurd met sfeervolle elektronica en eenvoudige percussie. Alles klinkt ook nog eens glashelder in de bijzonder fraaie productie van Dani Castelar (Paolo Nutini, Editors).

Door de aangename klanken en de al even aangename stem van Fabrizio Cammarata overtuigt de Italiaanse muzikant makkelijk, maar Of Shadows is ook een plaat die nog verrassend lang blijft groeien. Wanneer je de plaat vaker beluistert wordt de instrumentatie alleen maar warmer en sfeervoller, komen steeds meer fraaie accenten aan de oppervlakte en worden de songs van de Italiaanse muzikant alleen maar mooier en indringender. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon komt alles bijzonder fraai aan de oppervlakte en groeit de toverkracht van de plaat. Belangrijker nog is dat de songs van Fabrizio Cammarata steeds meer aan kracht en diepte winnen en dat gaat met name op voor de net wat minder toegankelijke songs op de tweede helft van de plaat. 

Bij eerste beluistering leek de Italiaan zich nog te scharen onder de grote groep populaire mannelijke singer-songwriters van het moment, maar toen ik bij herhaalde beluistering steeds meer raakvlakken hoorde met de grote platen van Peter Gabriel uit de jaren 80, begon ik me te beseffen dat Of Shadows een bijzondere plaat is. 

Vergeleken met het eerder genoemde Rooms sluit de muzikant uit het fascinerende Palermo dit keer wat meer aan bij de Britse en Amerikaanse popmuziek en ontbreken de exotische invloeden die Rooms zo bijzonder maakte, maar ook met Of Shadows laat Fabrizio Cammarata op een of andere manier een ander geluid horen. Het is een geluid vol donkere en vaak wat melancholische schoonheid en een geluid vol Mediterraan temperament. 

Heerlijk voor koude winterdagen en donkere winteravonden, maar ik heb het idee dat Of Shadows veel langer mee kan en Fabrizio Cammarata ook in Nederland de waardering moet gaan schenken die de Italiaan zo verdient. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd door de bijzondere schoonheid van deze plaat. Erwin Zijleman

Of Shadows van Fabrizio Cammarata is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://fabcammarata.bandcamp.com/album/of-shadows.





 

maandag 4 december 2017

Tracy Bonham - Modern Burdens

In één van de vele Amerikaanse jaarlijstjes, in dat geval die van Rolling Stone, kwam ik Modern Burdens van Tracy Bonham tegen. 

De naam Tracy Bonham was bij mij direct goed voor mooie herinneringen. In 1996 maakte de destijds 27 jaar oude Tracy Bonham met The Burdens Of Being Upright één van de betere debuten van het betreffende jaar. 

Gewapend met haar viool maakte ze de belofte van het debuut ook nog eens meer dan waar op het podium, waardoor een mooie toekomst in de muziek verzekerd leek. 

Tracy Bonham maakte in 2000 en 2005 nog twee prima platen, maar het momentum van haar prachtdebuut was toen al lang verdwenen. Ik verloor de Amerikaanse muzikante vervolgens volledig uit het oog, tot ik haar naam weer tegen kwam in het lijstje van Rolling Stone. 

Zonder enige voorkennis begon ik aan de beluistering van Modern Burdens, dat me al snel verraste met een remake van The Burdens Of Being Upright uit 1996. 

Nu zijn remakes van albums uit het verleden maar zelden geslaagd. Tijdgenoot en duidelijke inspiratiebron Alanis Morissette vertilde zich ooit volledig aan de remake van haar debuut Jagged Little Pill uit 1995 en ook The Burdens Of Being Upright had me op voorhand waarschijnlijk een plaat geleken waar je vooral van af moet blijven. Voor ik het wist zat ik er echter middenin en kwamen de songs voorbij die ik twintig jaar geleden koesterde, maar al tijden niet meer had gehoord. 

Tracy Bonham heeft de remake van haar waarschijnlijk niet meer te overtreffen debuut niet alleen gemaakt, maar riep de hulp in van een groot aantal collega muzikanten. Tanya Donelly, Rachel Yamagata, Kathryn Calder (New Pornographers) en Nicole Atkins zijn slechts een aantal van de gasten op Modern Burdens, maar ondanks de goed gevulde gastenlijst is de remake van het debuut van Tracy Bonham een intieme plaat. 

Op Modern Burdens vindt Tracy Bonham de songs van haar zo indrukwekkende debuut opnieuw uit en ze doet dit door de songs een stuk soberder uit te voeren dan iets meer dan 20 jaar geleden. Het is precies wat Alanis Morissette deed op de remake van haar debuut, maar waar de Canadese muzikante alle emotie uit haar songs sloeg en een volstrekt zouteloze hap serveerde, kiest Tracy Bonham weliswaar voor ingetogen versies van de bekende songs, maar heeft ze de hoeveelheid emotie en intensiteit alleen maar verder opgevoerd. 

Modern Burdens moet het voor een belangrijk deel doen zonder de scheurende gitaren van The Burdens Of Being Upright, maar toch is het bij vlagen een rauwe plaat. De stem van Tracy Bonham heeft de afgelopen twintig jaar aan kracht en diepte gewonnen en blijft ook zonder de gitaarmuren makkelijk overeind. 

De remake van het debuut van Tracy Bonham is een verrassend veelzijdige plaat. In de openingstrack klinkt de Amerikaanse als een doorleefde blueszangeres, maar Modern Burdens grijpt ook stevig terug op de rockmuziek zoals die in de jaren 90 door met name vrouwelijke muzikanten werd gemaakt. 

Modern Burdens lijkt me een lastige plaat voor het winnen van nieuwe zieltjes, maar iedereen die, net als ik, The Burdens Of Being Upright heeft grijsgedraaid in de jaren 90, speelt Tracy Bonham direct vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd. Welkom terug Tracy Bonham. Erwin Zijleman





zondag 3 december 2017

Chris Stapleton - From A Room, Vol. 2

De Amerikaanse singer-songwriter Chris Stapleton schaarde zich met zijn debuut Traveller uit 2015 in één klap onder de smaakmakers binnen de hedendaagse countrymuziek. 

Dat ging voor Chris Stapleton zeker niet vanzelf, want de Amerikaanse muzikant probeerde op dat moment al een jaar of 15 een bestaan op te bouwen in Nashville, Tennessee. 

Eerder dit jaar keerde de oorspronkelijk uit Staffordsville, Kentucky, afkomstige singer-songwriter terug met From A Room, Vol. 1 en kwam Chris Stapleton bovendien met de belofte om in 2017 ook nog het tweede deel van de plaat uit te brengen. 

Ik vond het eerste deel van From A Room een prima plaat, maar naarmate ik het album vaker beluisterde mistte ik toch de magie van Traveller. Die magie lijkt gelukkig terug op het tweede deel van From A Room. 

De plaat werd gemaakt met dezelfde muzikanten, wederom nam topproducer Dave Cobb plaats achter de knoppen en ook op deel 2 van From A Room laat Chris Stapleton horen dat hij de klassiekers binnen de countrymuziek kent. Grotendeels hetzelfde recept dus, maar toch doet From a Room, Vol. 2 veel meer met me dan het eerste deel. 

Direct in de openingstrack maakt Chris Stapleton samen met zijn vrouw Morgane Hayes-Stapleton indruk met een duet dat onder de huid kruipt en ook in de countrystamper die volgt klinkt de muzikant uit Nashville net wat gedrevener dan op zijn vorige album. In track 3 duiken voor de tweede keer de fraaie vocalen van vrouwlief Morgane op en daar kan ik niet genoeg van horen. 

De grotere rol van Morgane Hayes-Stapleton is één van de redenen dat ik het tweede deel van From A Room hoger waardeer dan zijn voorganger, maar ook de instrumentatie is door het directe en net wat eenvoudigere geluid aansprekender en trefzekerder. 

Ik weet nog dat ik eind 2015 compleet van mijn sokken werd geblazen door Traveller en dat gevoel is terug bij beluistering van From A Room, Vol. 2. Chris Stapleton laat op zijn nieuwe plaat horen dat hij binnen de countrymuziek een breed palet bestrijkt en dat hij al deze invloeden en invloeden uit omliggende genres als folk, blues, soul en Southern rock verwerkt in songs die net wat meer met je doen dan die van collega muzikanten. 

Het helpt waarschijnlijk dat Chris Stapleton binnen de groep van nieuwe en jonge countrymuzikanten een relatief ouwe rot is (hij wordt volgend jaar 40), wat de songs van de Amerikaan voorziet van meer diepgang en doorleving dan bij de jongere garde gebruikelijk is. 

De stem van zijn vrouw is inmiddels al meerdere keren geroemd, maar ook Chris Stapleton maakt op zijn nieuwe plaat indruk met rauwe en emotievolle vocalen, die de songs op de plaat stuk voor stuk naar grote hoogten tillen. 

From A Room, Vol. 2 is zeker geen totaal andere plaat dan zijn voorganger, maar de instrumentatie, de zang en de songs op de nieuwe plaat doen meer met me dan deel 1 eerder dit jaar. Het tweede deel van From A Room schuurt daarom een stuk dichter tegen het briljante Traveller aan en onderstreept nogmaals dat Chris Stapleton binnen de hedendaagse countrymuziek één van de grootste talenten is. Prachtplaat. Erwin Zijleman