zondag 20 augustus 2017

Shelby Lynne & Allison Moorer - Not Dark Yet

Allison Moorer en Shelby Lynne zongen naar verluid al samen toen ze nog maar net konden praten en als zussen opgroeiden in een zeer muzikaal gezin in Jackson, Alabama. 

Een gezamenlijke plaat van de twee zussen zat er vooralsnog helaas niet in, maar hier wordt nu dan eindelijk verandering in gebracht. 

Op Not Dark Yet bundelen de twee voor het eerst de krachten op de plaat (ze gingen al wel eens samen op tournee) en het levert een bijzondere plaat op. 

Op de door Teddy Thompson geproduceerde plaat vertolken Allison Moorer en Shelby Lynne vrijwel uitsluitend songs van anderen (alleen de prachtige slottrack werd door het tweetal zelf geschreven) en het is een bijzondere collectie songs die de plaat vult. 

Covers van songs van country en folk grootheden als Merle Haggard, Townes van Zandt en Bob Dylan en nieuwe Americana held Jason Isbell komen waarschijnlijk niet als een grote verrassing, maar de selectie van songs van onder andere Nick Cave, Nirvana en The Killers had ik persoonlijk niet verwacht van Allison Moorer en Shelby Lynne. 

Het resultaat mag er zijn. Producer Teddy Thompson heeft Not Dark Yet voorzien van een mooi en stemmig geluid. Hij draagt hier zelf flink aan bij, maar heeft ook een aantal topkrachten opgetrommeld. 

De eerste gezamenlijke plaat van Allison Moorer en Shelby Lynne is voorzien van een niet heel spannend, maar wel mooi en verzorgd klinkend rootsgeluid, waarin wat mij betreft vooral het snarenwerk van een heel legioen gitaristen en het meeslepende toetsenwerk van Benmont Tench opvallen. 

Zeker wanneer wordt gekozen voor een wat broeieriger geluid dringt de vergelijking met de producties van Daniel Lanois zich op, maar Teddy Thompson heeft vooral gekozen voor een geluid dat zich niet te nadrukkelijk opdringt. 

Dat is ook niet nodig, want in vocaal opzicht zorgen Allison Moorer en Shelby Lynne voor heel veel vuurwerk. De twee maakten in het verleden allebei indruk met vocalen die dwars door de ziel sneden, maar de stemmen van Allison Moorer en Shelby Lynne blijken op Not Dark Yet niet alleen heel verschillend, maar blijken ook prachtig bij elkaar te passen. Dat hoor je in de prachtige harmonieën op de plaat, maar je hoort het misschien nog wel beter wanneer de twee elkaar afwisselen. 

Zowel Allison Moorer als Shelby Lynne maakte in het verleden indruk met zang die overliep van emotie, melancholie en soul. Het is ongetwijfeld de erfenis van het familiedrama dat de twee in één klap wees maakte, maar het geeft de platen van de twee ook een enorme kwaliteitsimpuls. 

Not Dark Yet kleurt in muzikaal opzicht vooral binnen de lijntjes (al mogen de gitaren hier en daar ontsporen) en vertrouwt vrijwel volledig op de songs van anderen (waarvan wat mij betreft alleen Nirvana’s Lithium niet goed uit de verf komt), maar in vocaal opzicht staan de twee zussen garant voor kippenvel en tillen ze de meerdere songs naar grote hoogten. Voor een ieder die de platen van Allison Moorer en Shelby Lynne hoog heeft zitten is het smullen van de eerste tot en met de laatste noot, maar de eigen song aan het eind laat horen dat er nog veel meer in zit. Erwin Zijleman





zaterdag 19 augustus 2017

Jillette Johnson - All I Ever See In You Is Me

Al weer bijna vier jaar geleden debuteerde de Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson met Water In A Whale. 

Ik was diep onder de indruk van de eerste plaat van de jonge singer-songwriter uit New York, maar het debuut van Jillette Johnson wist Nederland helaas niet te bereiken en was op dat moment ook niet beschikbaar via streaming diensten als Spotify en Apple Music, waardoor het talent van de Amerikaanse in Nederland niet werd opgemerkt. 

Ook de tweede plaat van Jillette Johnson krijgt in Nederland vooralsnog niet veel aandacht, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen wanneer de plaat in september ook hier in de winkels ligt. 

Op All I Ever See In You Is Me zet Jillette Johnson immers een enorme stap voorwaarts en schaart ze zich definitief onder de smaakmakers in het genre van de vrouwelijke singer-songwriters. 

Voor de productie van haar tweede plaat wist de singer-songwriter uit New York niemand minder dan Dave Cobb (Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Jason Isbell) te strikken en dat is een uitstekende keuze geweest. De gelouterde producer uit Nashville, die de afgelopen jaren meerdere jaarlijstjesplaten produceerde, heeft de tweede plaat van Jillette Johnson voorzien van een tijdloos geluid dat perfect past bij haar mooie en veelzijdige stem. 

De Amerikaanse singer-songwriter werd in de recensies van haar zo indrukwekkende debuut vergeleken met grootheden als Carole King, Kate Bush, Tori Amos en vooral Laura Nyro, maar verrast op All I Ever See In You Is Me met een geluid dat nog veel meer associaties oproept, maar ook het eigen Jillette Johnson geluid laat horen. 

All I Ever See In You Is Me is voorzien van een zeer ingetogen geluid, waarin de piano van Jillette Johnson de hoofdrol speelt. Vanwege de combinatie van piano en zang roept de tweede plaat van de Amerikaanse uiteraard associaties op met de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70 (met name Carole King en Laura Nyro), maar All I Ever See In You Is Me herinnert ook aan de tijdloze pop van Fleetwood Mac en aan de misschien net wat te zoetsappige country van Dolly Parton. 

Meer dan het debuut roept de tweede plaat van Jillette Johnson bij mij echter ook associaties op met de intieme popmuziek van Natalie Merchant, met de avontuurlijke pianopop van Regina Spektor en bij vlagen ook met de melancholische muziek van Fiona Apple. Door het vleugje Lana Del Rey en Vanessa Carlton krijgt All I Ever See In You Is Me ook een voorzichtig eigentijds tintje, maar de tweede plaat van Jillette Johnson is uiteindelijk toch vooral een klassieke singer-songwriter plaat. 

In dat genre moet de Amerikaanse concurreren met flink wat getalenteerde soortgenoten en opboksen tegen de groten uit het verleden, maar All I Ever See In You Is Me kan de strijd als je het mij vraagt aan. 

In muzikaal en productioneel opzicht klopt alles en ook in vocaal opzicht maakt Jillette Johnson nog meer indruk dan op haar debuut. Het zijn echter vooral de uitstekende songs en de persoonlijke teksten die de plaat naar grote hoogten tillen. Ik schrijf hem alvast op voor mijn jaarlijstje, want Jillette Johnson doet alles waar ik een zwak voor heb. En ze doet het echt verdomd goed. Erwin Zijleman





vrijdag 18 augustus 2017

Sevdaliza - ISON

ISON van de Iraans-Nederlandse zangeres en kunstenares Sevdaliza (Sevda Alizadeh) verscheen een aantal maanden geleden al, maar is me toen echt compleet ontgaan, net als de EP’s die ze de afgelopen jaren heeft uitgebracht. 

Omdat de plaat ter ere van de release op vinyl een week of twee geleden, de afgelopen weken nogmaals de hemel in werd geprezen, ben ik eindelijk maar eens gaan luisteren naar het debuut van Sevdaliza en wat is het een bijzondere en fascinerende plaat. 

Daar zijn ze inmiddels ook ver buiten de Nederlandse landsgrenzen achter, want zelfs het invloedrijke Pitchfork heeft het debuut van Sevdaliza inmiddels overladen met superlatieven. 

Daar valt echt helemaal niets op af te dingen, want Sevdaliza maakt bijzondere, nee unieke muziek. Het is muziek die tot dusver vooral het etiket triphop krijgt opgeplakt. Daar valt wel wat voor te zeggen, want de bijzondere instrumentatie op de plaat en de lome ritmes doen wel wat denken aan de muziek waarmee Portishead in de jaren 90 zoveel opzien baarde. 

Als ik ISON vergelijk met het legendarische debuut van Portishead, valt op dat Sevdaliza haar debuut heeft voorzien van een moderner en gevarieerder geluid dan Portishead destijds deed. Het elektronische klankentapijt op ISON is zwaar aangezet en valt op door loodzware ritmes. Het is een behoorlijk experimenteel geluid, dat zeker bij eerste beluistering veel vraagt van de luisteraar. 

Het geluid op het debuut van Sevdaliza is aan de ene kant zwaar aangezet, maar klinkt ook ruimtelijk. Het is een geluid dat uiteindelijk volledig in dienst staat van het fascinerende stemgeluid van Sevdaliza, die net zo doorleefd kan zingen als Portishead zangeres Beth Gibbons, maar ook moeiteloos kan opschuiven richting de moderne elektronische muziek of richting muziek die met enige fantasie in het hokje avant garde kan worden geduwd. 

ISON is zoals gezegd een plaat die in eerste instantie veel vraagt van de luisteraar, maar na enige gewenning komt de plaat op fascinerende wijze tot leven. De fascinerende instrumentatie van Sevdaliza en producer Mucky zit vol dynamiek, avontuur en toverkracht. Wat het ene moment loodzwaar klinkt, kan het volgende moment opvallend lichtvoetig klinken, wat van ISON een vat vol tegenstrijdigheden maakt. 

Het ene moment luister je naar loodzware beats of vervreemdende elektronische klanken, het volgende moment naar een aangenaam kabbelende piano en honingzoete strijkers. De bijzondere stem van Sevdaliza voegt alleen maar tegenstrijdigheden toe aan deze geweldige plaat. De Iraans-Nederlandse zangeres gebruikt haar stem op bijzondere wijze als instrument en kan zowel puur en eerlijk zingen als betoveren met zwaar vervormde stemmetjes. 

Bij eerste beluistering is er op ISON zoveel te horen dat het je soms duizelt, maar hoe vaker je de plaat hoort, hoe meer er op zijn plek valt. Sevdaliza maakt het je zeker niet altijd makkelijk op ISON, maar staat ook garant voor songs die je afwisselend compleet van je sokken blazen of zwoel verleiden. Het levert een luistertrip op die qua avontuur en intensiteit niet vaak zal worden overtroffen dit jaar. Dat de plaat inmiddels wereldwijd wordt bejubeld is dan ook volkomen terecht. 

Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom ik de plaat zelf eerder dit jaar heb gemist, want als je zoekt naar het debuut van Sevdaliza is de plaat opeens overal. Belangrijker is dat ik de plaat nu wel heb ontdekt, want ISON van Sevdaliza zal, wanneer aan het eind van het jaar de balans wordt opgemaakt, er een zijn die je echt niet mag missen. Erwin Zijleman





donderdag 17 augustus 2017

A.J. Croce - Just Like Medicine

Adrian James (A.J.) Croce werd in 1971 geboren als zoon van singer-songwriter Jim Croce, die op dat moment net aan de weg begon te timmeren als beginnend muzikant. 

Een week voor de tweede verjaardag van A.J. sloeg het noodlot toe voor vader Jim, die een paar maanden daarvoor eindelijk de erkenning had gekregen waar hij zo hard voor had gewerkt en aan de vooravond van het sterrendom stond (met zijn eerste single Bad, Bad Leroy Brown hoog in de hitlijsten). 

Een vliegtuigongeluk maakte abrupt een einde aan het leven van Jim Croce, die de belofte van zijn zo geprezen debuut You Don't Mess Around With Jim uit 1972 helaas nooit waar zou kunnen maken. 

Zoon A.J. heeft inmiddels een flink stapeltje platen op zijn naam staan en het zijn platen die soms aandacht trekken en zeer positief worden besproken en soms ook totaal worden genegeerd; niet alleen door de critici, maar ook door mijzelf. Zelf heb ik Adrian James Croce uit 2003 en Cantos uit 2006 in de kast staan en dat zijn platen die ik hoog heb zitten; zijn andere platen ken ik echter niet.

De twee genoemde platen worden wat mij betreft overtroffen door het deze week verschenen Just Like Medicine, dat A.J. Croce eindelijk maar eens op de kaart moet gaan zetten als het grote talent dat hij al zo lang is. 

Op zijn negende (!) plaat werkt A.J. Croce samen met de gelouterde producer Dan Penn, die als geen ander weet hoe een tijdloze Memphis Soul plaat moet klinken. Dan Penn tekende niet alleen voor de productie van Just Like Medicine, maar haalde ook een aantal topmuzikanten naar de studio. 

Just Like Medicine klinkt door het bijzonder trefzekere gitaarwerk van topkrachten als Colin Linden en Steve Cropper en de prachtige, uiteraard door Dan Penn gearrangeerde blazers fantastisch, maar het zijn de piano en de stem van A.J. Croce die op mij toch de meeste indruk maken. A.J. Croce voorziet de plaat van heerlijk swingend pianospel, dat de plaat voorziet van veel energie, en overtuigt met een rauwe en soulvolle strot. 

Just Like Medicine laat goed horen in hoeveel genres A.J. Croce uit de voeten kan. Dan Penn heeft de nieuwe plaat van A.J. Croce zoals verwacht voorzien van flink wat soul, maar A.J. Croce sleept ook zo ongeveer de hele muzikale historie van New Orleans er bij en overtuigt met passie, emotie en doorleving. Just Like Medicine broeit, schuurt, verleidt en imponeert. 

Als eerbetoon aan zijn veel te vroeg overleden vader vertolkt A.J. een niet eerder uitgebrachte song van Jim Croce, maar de songs van A.J. zijn stuk voor stuk beter. Het zijn bovendien songs die nog lang sterker worden en vol zitten met muzikale hoogstandjes en rauwe emotie. 

Sinds het overtuigende Cantos uit 2006 was ik A.J. Croce zelf weer eens uit het oog verloren, maar door het uitstekende Just Like Medicine ben ik weer helemaal bij de les. Prachtplaat van een groot talent. Erwin Zijleman

Just Like Medicine van A.J. Croce is onder andere verkrijgbaar via de website van Compass Records: https://store.compassrecords.com/products/just-like-medicine.



woensdag 16 augustus 2017

Jen Cloher - Jen Cloher

Ondanks mijn voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, vind ook ik het aanbod in dit genre de afgelopen jaren eerlijk gezegd (veel) te groot. 

Ik ben dan ook op mijn hoede wanneer de zoveelste sensationele nieuwkomer wordt aangekondigd, maar in het geval van Jen Cloher was deze aarzeling niet nodig. 

Een echte nieuwkomer is de Australische Jen Cloher overigens niet, want de singer-songwriter uit Melbourne heeft al een aantal platen op haar naam staan. 

De onlangs verschenen titelloze plaat (als ik het goed geteld heb haar vierde) moet voor haar internationale doorbraak gaan zorgen en de kans dat dit gaat lukken lijkt me groot. 

Jen Cloher wordt op haar nieuwe plaat bijgestaan door onder andere Kurt Vile en Courtney Barnett. De laatste is niet alleen de stadgenoot en levenspartner van Jen Cloher, maar draagt in muzikaal opzicht ook belangrijk vergelijkingsmateriaal aan. 

Jen Cloher maakt op haar titelloze plaat lekkere rauwe muziek, die in het verlengde ligt van de afgelopen jaren zo geprezen Courtney Barnett en die verder geïnspireerd is door die van onder andere Patti Smith en PJ Harvey. 

Het is een plaat vol gloedvol en bezwerend gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat de ene keer subtiel ondersteunt, de volgende keer uitpakt met lekkere rauwe riffs en vervolgens weer kan ontaarden in heerlijk stekelige solo’s. 

Het past perfect bij de bijzondere manier van zingen van Jen Cloher, die een stem met raakvlakken met die van Chrissie Hynde combineert met de voordracht van Patti Smith en de gesproken teksten van Lou Reed. 

Jen Cloher moet in het genre waarin ze opereert concurreren met nogal wat muzikanten, onder wie haar partner Courtney Barnett, maar ze houdt zich wat mij betreft vrij makkelijk staande. Dit doet de Australische singer-songwriter door wat dieper te graven en door wat nadrukkelijker buiten de lijntjes te kleuren. 

Dat hoor je duidelijk in de bijna acht minuten durende tweede track, die je langzaam maar zeker bij de strot grijpt, maar ook in de kortere tracks op de plaat maakt Jen Cloher indruk met songs die rauwe klanken en bijna voorgedragen teksten combineren met een flinke dosis eigenwijsheid, avontuur en zeggingskracht. 

De nieuwe plaat van Jen Cloher is een plaat die je niet in de koude kleren gaat zitten. Zeker wanneer je met veel aandacht naar de songs van de Australische luistert, heeft de titelloze plaat van Jen Cloher een enorme impact. De zich langzaam voortslepende songs toveren donkere en duistere beelden op het netvlies en nemen je mee naar de eindeloze ruimte in Australië. 

De Britse krant The Guardian, die de plaat van Jen Cloher “a slow burning masterpiece” noemt, verwijst naar de indringende klanken van de Australische band The Triffids en slaat hiermee de spijker op de kop (ik heb de band's meesterwerk Born Sandy Devotional er direct weer eens bij gepakt). 

Er wordt momenteel heel druk gedaan over de plaat van Jen Cloher en ik kan alleen maar concluderen dat dit volkomen terecht is. Cloher staat misschien nog wat in de schaduw van Courtney Barnett, maar heeft een plaat gemaakt waarop haar partner alleen maar heel jaloers kan zijn. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman





dinsdag 15 augustus 2017

David Rawlings - Poor David's Almanack

Heel productief zijn David Rawlings en Gillian Welch niet. Gillian Welch was in de afgelopen 21 jaar goed voor slechts vijf platen, waarvan de eerste vier tussen 1996 en 2003 werden uitgebracht en de laatste (het geweldige The Harrow & The Harvest, dat akelig dicht in de buurt komt bij haar meesterwerk Time (The Revelator) uit 2001) al weer zes jaar oud is. 

David Rawlings maakte als Dave Rawlings Machine twee prima platen in 2009 en 2015 en brengt nu als David Rawlings Poor David’s Almanack uit. 

Waar David Rawlings een belangrijke rol speelde op de zo bejubelde platen van Gillian Welch, draagt Gillian Welch stevig bij aan de platen van haar echtgenoot. Ze schreef mee aan flink wat songs op de plaat, tekent voor de percussie en voegt uiteraard prachtige harmony vocalen toe. 

Net als op de platen van Dave Rawlings Machine neemt David Rawlings echter het voortouw op Poor David’s Almanack, dat net als de platen van Gillian Welch is geworteld in de Appalachen folk, maar ook citeert uit de folkrock en countryrock uit de jaren 70. Vergeleken met de platen van Dave Rawlings Machine schuurt Poor David’s Almanack wat dichter tegen het werk van Gillian Welch aan en dat vind ik persoonlijk goed nieuws. 

De nieuwe plaat van David Rawlings (en Gillian Welch) past in het hokje traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar verkent hierbinnen een breed terrein. De plaat bevat een aantal zeer ingetogen folksongs, maar ook net wat stevigere songs of songs die opschuiven richting blues en country of zelfs voorzichtig raken aan het meer roots georiënteerde werk van The Eagles en Fleetwood Mac. 

De vaak lome en ingetogen klanken eren de rijke tradities van de Amerikaanse rootsmuziek en sluiten hier en daar aan bij muzikale helden uit een ver verleden (een aantal songs op de plaat zou niet hebben misstaan op Deja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young, maar David Rawlings en Gillian Welch hebben inmiddels ook een uit duizenden herkenbaar eigen geluid. 

Als groot fan van de stem van Gillian Welch, veer ik steeds enthousiast op wanneer ze tekent voor prachtige harmonieën, maar ook de stem van haar partner ligt lekker in het gehoor en past uitstekend bij de muziek die het tweetal maakt. 

Het is muziek die zich makkelijk opdringt, maar pas hierna begint met groeien. Bij eerste beluistering vond ik Poor David’s Almanack vooral een lekker klinkende plaat met tijdloze rootsmuziek voor bij het kampvuur, maar net als op de vorige platen van het tweetal krijgen de songs van Gillian Welch na verloop van tijd iets bezwerends. 

Dat is deels de verdienste van de fraai bij elkaar kleurende stemmen van het tweetal, maar ook de trefzekere instrumentatie, met een hoofdrol voor werkelijk prachtig gitaarwerk, op Poor David’s Almanack draagt stevig bij aan het luisterplezier dat de nieuwe plaat van David Rawlings oplevert. 

Heel veel platen maken Gillian Welch en David Rawlings misschien niet, maar zolang ze allemaal van het hoge niveau zijn dat we inmiddels van het tweetal gewend zijn, heb ik er vrede mee. Erwin Zijleman





maandag 14 augustus 2017

Songdog - Joy Street

De uit Wales afkomstige band Songdog bracht in 2003 haar tweede plaat Haiku uit. Het is een plaat die in het betreffende jaar heel hoog in mijn jaarlijstje stond, maar desondanks was Haiku mijn eerste en laatste kennismaking met de muziek van de band. 

Min of meer bij toeval kreeg ik vorige week de nieuwe plaat van Songdog in handen en ook Joy Street blijkt een ware parel. 

Tussen Haiku en Joy Street zitten nog vijf andere platen, die ik absoluut ga beluisteren, maar voorlopig kan ik geen genoeg krijgen van Joy Street. 

In mijn herinnering maakte Songdog op Haiku sfeervolle folkmuziek met uiteenlopende invloeden en dat is ook precies de muziek die de band op Joy Street maakt. 

Songdog is de band rond singer-songwriter Lyndon Morgans, die ook op Joy Street weer laat horen dat hij het oude werk van Bob Dylan koestert, maar vervolgens zijn eigen ding doet met de invloeden van de oude meester. Joy Street herinnert aan de Amerikaanse en Britse folk uit de jaren 60, maar sluit ook aan op de onweerstaanbare folkpop zoals deze in de jaren 80 door bands als Aztec Camera, Del Amitri en Prefab Sprout werd gemaakt. Wanneer Songdog Keltische invloeden verwerkt in haar muziek, en dat gebeurt met enige regelmaat, duiken bovendien flarden van de muziek van The Waterboys en bands die de traditionele Ierse folkmuziek hoog hebben zitten op. 

Lyndon Morgans laat zich op Joy Street gelden als een singer-songwriter die in eerste instantie verhalen vertelt. Het zijn mooie verhalen vol weemoed en melancholie, maar de muzikant uit Wales is ook niet bang voor een eenvoudig liefdesliedje. 

Alle verhalen zijn verpakt in songs die zich bijzonder makkelijk opdringen, maar de muziek van Songdog graaft dieper dan die van de meeste soortgenoten van de band. Lyndon Morgans eert op Joy Street de tradities van de Britse en Amerikaanse folkmuziek, maar stopt zijn songs ook vol met uitstapjes buiten de gebaande paden. Joy Street is hierdoor een plaat die vermaakt en verrast, maar het is ook een plaat die sprankelt. 

Op het eerste gehoor klinkt het allemaal niet heel bijzonder, maar wanneer je de songs op de plaat een volgende keer hoort, blijkt hoezeer de songs van Songdog zich al in het geheugen genesteld hebben en voor hoeveel plezier ze zorgen. 

Het was de grote kracht van het al weer bijna 15 jaar oude Haiku en het is ook de kracht van Joy Street. Het effect dat de plaat sorteert wordt verder vergroot door de prachtige en zeer veelzijdige instrumentatie op de plaat en de glasheldere productie van Nigel Stonier, die in een ver verleden bij Fairport Convention achter de knoppen zat. 

Songdog trekt met haar platen tot dusver helaas niet heel veel aandacht, maar de twee keer dat ik de band nu tegen ben gekomen heeft platen opgeleverd om zielsveel van te houden. Het kan geen toeval zijn. Erwin Zijleman





zondag 13 augustus 2017

John Murry - A Short History Of Decay

De uit Tupelo, Mississippi, afkomstige muzikant John Murry maakte in 2006, samen met ene Bob Frank, één van de mooiste en ook één van de donkerste platen van het huidige millennium. 

World Without End stond vol met onvervalste murder ballads en greep je direct bij eerste beluistering genadeloos bij de strot. 

Met het in 2012 verschenen The Graceless Age keerde John Murry terug na een stilte van zes jaar. Dit keer koos de Amerikaan niet voor murder ballads, maar schreef hij songs over zijn eigen leven. 

Dat The Graceless Age nog wat donkerder klonk dan het al gitzwarte World Without End moet genoeg zeggen over de hoeveelheid ellende die John Murry over zich heen gestort heeft gekregen tijdens zijn leven. Ook de afgelopen jaren bleef de Amerikaanse muzikant, die ook jarenlang kampte met een ernstige drugsverslaving, niets bespaard, waardoor ook het onlangs verschenen A Short History Of Decay weer een plaat is die het daglicht maar nauwelijks kan verdragen. 

John Murry maakt nog altijd muziek waar je tegen moet kunnen, maar iedereen die de aardedonkere muziek van de Amerikaan kan verdragen op een mooie zomerdag, heeft ook met A Short History Of Decay weer een prachtplaat in handen. 

John Murry werkte dit keer samen met Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins, die de tegenwoordig in Ierland woonachtige Amerikaan naar zijn studio in Toronto haalde. A Short History Of Decay is, net als zijn twee voorgangers, niet alleen een hele donkere, maar ook een hele intense plaat. 

John Murry maakt van zijn hart geen moordkuil en stort het nodige leed uit over de luisteraar. Het zorgt er voor dat ook de derde plaat van John Murry weer een plaat met een enorme impact is. John  Murry verpakt zijn indringende teksten in songs die vaak ingetogen en sober zijn, maar de Amerikaan kiest hier en daar ook voor een steviger geluid, waarin de gitaren flink los mogen gaan. 

In de akoestische songs heeft A Short History Of Decay raakvlakken met Springsteen’s Nebraska en de vroege platen van Leonard Cohen en Van Morrisson, maar wanneer het geluid net iets rauwer is, valt ook de vergelijking met de muziek van Nick Cave en Mark Lanegan niet te onderdrukken. 

De derde plaat van John Murry valt op door een krachtig bandgeluid, waaraan naast Cowboy Junkies leden Michael en Peter Timmins ook Lee Harvey Osmond bassist Josh en de van The Pogues en Elvis Costello bekende Cat O’Riordan bijdragen. 

De in slechts vijf dagen opgenomen plaat klinkt rauw en trefzeker en dit is de perfecte basis voor de donkere en weemoedige stem van John Murry, die alle songs op de plaat naar grote hoogten tilt. 

John Murry heeft een leven vol ellende, maar gelukkig komt hij ook zo nu en dan aan het maken van muziek toe. Het levert met A Short History Of Decay meesterwerk nummer drie op. Erwin Zijleman





zaterdag 12 augustus 2017

Bedouine - Bedouine

De naam Bedouine klinkt als een exotische verrassing en de hoes waarin de plaat is gestoken lijkt dit te bevestigen. 

Azniv Korkejian, de vrouw achter de naam Bedouine, werd geboren in het Syrische Aleppo als kind van Armeense ouders en bracht haar jeugd door in Saudi Arabië. 

Toen haar ouders in een loterij de zo gewilde Amerikaanse Green card wonnen, verhuisden ze naar de Verenigde Staten, waar ze zich eerst in Boston en later in Houston vestigden. 

Azniv had echter haar zinnen gezet op Los Angeles en verhuisde naar de Californische stad zodra dit mogelijk was. In Los Angeles begon ze met het maken van muziek en dat heeft nu een fraai debuut als Bedouine opgeleverd. 

Van de exotische achtergrond van Azniv Korkejian is op dit debuut overigens niet zoveel te merken, want het debuut van Bedouine klinkt voornamelijk Amerikaans en ademt de sfeer van de muziek die ver voor haar geboorte werd gemaakt in de heuvels rond Los Angeles. 

Bedouine overtuigt op haar debuut met opvallend warmbloedige en stemmige muziek, waarin invloeden uit de folk, country, soul en pop zijn verwerkt. Het is muziek die herinnert aan die van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Bedouine sluit ook aan bij eigentijdse Britse folkies als Laura Marling en Kathryn Williams, met wie Azniv Korkejian het vermogen om fluisterzacht te zingen deelt. 

Als er al iets exotisch is te horen op het titelloze debuut van Bedouine is het zeker niet afkomstig uit de contreien waarin Azniv Korkejian opgroeide. Hier en daar raakt Bedouine aan de zwoele Braziliaanse muziek van Astrud Gilberto, maar het zijn de invloeden uit haar nieuwe thuishaven Los Angeles die centraal staan. Het maakt van het debuut van Bedouine een tijdloze plaat, maar Bedouine klinkt door subtiele accenten ook eigentijds. 

Het levert een plaat op met veel mogelijkheden. Het debuut van Bedouine leent zich uitstekend voor ontspannen klanken op de achtergrond of voor heerlijk wegdromen, maar de plaat verdient het ook om noot voor noot te worden uitgeplozen. 

Dan pas hoor je hoe mooi Azniv Korkejian invloeden uit de jaren 70 weet te verbinden met meer eigentijdse invloeden, waardoor de plaat uitstekend past op het eigenzinnige Spacebomb label van Matthew E. White, die bouwt aan een serie prachtige platen met een uniek eigen geluid vol heerlijke eigenwijze maar wonderschone strijkersarrangementen. Dan pas hoor je bovendien hoe subtiel en hoe veelzijdig de instrumentatie op de plaat is en hoe mooi en gevoelig Azniv Korkejian zingt. 

Het debuut van Bedouine lijkt door een ongelukkige releasedatum midden in de zomer wat onder te sneeuwen, maar de weinige recensies die over de plaat zijn geschreven zijn terecht lyrisch. De Britse kwaliteitskrant The Guardian (die dagelijks prachtig over popmuziek schrijft) spreekt van “one of the most understated and charming albums of the year” en daar is echt niets van gelogen. Wat een prachtplaat. En hij wordt alleen maar mooier en mooier. Erwin Zijleman





vrijdag 11 augustus 2017

Nicole Atkins - Goodnight Rhonda Lee

De Amerikaanse singer-songwriter Nicole Atkins bouwt sinds 2007 aan een werkelijk prachtig oeuvre. 

Het is een oeuvre dat de meeste muziekliefhebbers vooralsnog helaas is ontgaan, maar iedereen die Neptune City uit 2007, Mondo Amore uit 2011 en Slow Phaser uit 2014 niet heeft laten liggen, weet dat Nicole Atkins een muzikante is om te koesteren. 

Op het onlangs verschenen Goodnight Rhonda Lee zet de singer-songwriter uit Neptune, New Jersey, een volgende stap. De vierde van Nicole Atkins is wat mij betreft haar beste, wat overigens niet af doet aan de torenhoge kwaliteit van haar eerste drie platen. 

Op deze eerste drie platen was Nicole Atkins niet erg stijlvast. Het ene moment koos ze voor pure pop en pop-noir, maar de platen van de Amerikaanse muzikante experimenteerden ook met invloeden uit onder andere de soul, psychedelica, blues en jazz. 

Voor Goodnight Rhonda Lee toog Nicole Atkins samen met het producers collectief Niles City Sound naar een studio in Fort Worth, Texas, om daar een volstrekt tijdloze rootsplaat op te nemen. Goodnight Rhonda Lee staat bol van de invloeden uit de blues, country, gospel, jazz en funk, maar het zijn invloeden uit de soul die domineren op de vierde plaat van Nicole Atkins. 

Goodnight Rhonda Lee is voorzien van een instrumentatie en productie die zo lijken weggelopen uit een ver verleden en hier en daar wel wat doen denken aan de platen die Phil Spector in zijn beste dagen produceerde. De plaat bevat flink wat echo’s uit de rootsmuziek zoals die in de jaren 50 en 60 werd gemaakt in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en slaat zich direct bij eerste beluistering als een warme deken om je heen. 

Het is een instrumentatie die vraagt om een heerlijk soulvolle strot en daarvoor ben je bij Nicole Atkins zeker aan het juiste adres. De singer-songwriter maakte op haar eerste drie platen al flink wat indruk met haar geweldige stem, maar op Goodnight Rhonda Lee trekt ze alle registers open. 

Het is een stem die zo nu en dan raakt aan die van Neko Case, maar ook Maria McKee, k.d. lang en flink wat grote soul- en country-zangeressen uit een ver verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan. 

Goodnight Rhonda Lee laat zich in eerste instantie beluisteren als een vrijwel onweerstaanbare portie retro country-soul, maar wanneer je de plaat vaker hoort kruipen de songs van Nicole Atkins door haar fantastische zang een voor een onder de huid. 

Goodnight Rhonda Lee is een verrassend veelzijdige plaat, die steeds kiest voor een net wat andere instrumentatie. Dat vraagt flink wat van de stem van Nicole Atkins, maar de Amerikaanse kan in alle genres die ze op haar vierde plaat aanraakt uit de voeten en levert bijna achteloos het ene na het andere vocale hoogstandje af. 

Het levert een plaat op die Nicole Atkins eindelijk maar eens de aandacht en waardering op moet gaan leveren die ze inmiddels al tien jaar zo verdient. Erwin Zijleman





donderdag 10 augustus 2017

Juanita Stein - America

De naam Juanita Stein zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar liefhebbers van de platen van de Australische band Howling Bells zullen waarschijnlijk direct enthousiast opveren. 

Howling Bells maakte tussen 2006 en 2014 vier platen van hoog niveau en het zijn platen waartussen ik maar heel moeilijk kan kiezen. 

De Australische band wisselde op deze platen dromerige en licht gruizige songs met elkaar af en raakte op haar platen aan nogal uiteenlopende bands als My Bloody Valentine, Cocteau Twins en Mazzy Star. 

De prachtige stem van Juanita Stein speelde een hoofdrol op de platen van Howling Bells, waardoor ik heel benieuwd was naar de eerste soloplaat van de Australische, maar al enige tijd in Engeland woonachtige, zangeres. 

Op America maakt Juanita Stein muziek die in het verlengde ligt van de platen van Howling Bells, maar ze legt ook een aantal net wat andere accenten. America klinkt wat minder gruizig dan de muziek van Howling Bells en op een aantal momenten net wat lichtvoetiger. Hiernaast heeft Juanita Bells meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toegevoegd aan haar muziek, maar laat ze ook een voorliefde voor tijdloze popmuziek horen. 

Die laatste voorliefde strekt zich uit van de 60s girlpop en de perfecte pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 tot de zwoele en onderkoelde pop van Lana Del Rey. Het levert een geluid op dat me zeer bevalt en dat bovendien overloopt van groeipotentie. 

Juanita Stein maakt indruk met broeierige songs met een randje roots, verleidt met zwoele en zonnige pop en maakt ook nog altijd muziek die doet denken aan die van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden. 

Stein kan op America net zo verleidelijk zingen als Hope Sandoval, maar klinkt een stuk helderder, wat de eerste soloplaat van Juanita Stein voorziet van meer zonnestralen dan de vooral donkere platen van Mazzy Star. 

America is een plaat die heerlijk bedwelmt met tijdloos klinkende popliedjes, maar hoe vaker je ze hoort, hoe knapper ze worden. Juanita Stein imponeert op haar eerste soloplaat met heerlijke vocalen, maar heeft haar aangename popsongs ook vol moois verstopt. Naast de al genoemde invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de tijdloze popmuziek verwerkt Juanita Stein op America ook meer dan eens invloeden uit de psychedelica, wat de dromerige sfeer op de plaat nog wat verder versterkt. De werkelijk prachtige gitaarlijnen op de plaat doen de rest.

America deed het in eerste instantie vooral uitstekend op de vroege ochtend of late avond, maar is inmiddels een plaat voor alle momenten. Zeker wanneer je de plaat vaker hebt gehoord neemt het beeldend vermogen van de plaat toe en tovert America van Juanita Stein beelden op het netvlies die niet zouden misstaan in een volgende film van David Lynch. 

America van Juanita Stein krijgt vooralsnog nog wat minder aandacht dan de al zo ondergewaardeerde platen van Howling Bells, maar is voor mij de soundtrack van de zomer van 2017. Het is een zomer die van mij nog vele maanden mag duren. Erwin Zijleman





woensdag 9 augustus 2017

Randy Newman - Dark Matter

Randy Newman debuteerde aan het eind van de jaren 60 en is inmiddels dus bijna 50 jaar actief als muzikant. 

Met name in de jaren 70 en 80 maakte de singer-songwriter uit Los Angeles een aantal zeer memorabele platen, waaronder klassiekers als 12 Songs, Sail Away, Good Old Boys, Little Criminals, Trouble In Paradise en Land Of Dreams. 


Het zijn platen die vooral opvielen door de messcherpe en vaak van cynisme overlopende teksten van Randy Newman, maar ook in muzikaal opzicht wist Randy Newman zich vaak te onderscheiden van zijn collega singer-songwriters door meerdere genres met elkaar te verbinden. 


In de jaren 90 trok Randy Newman vooral aandacht met de soundtracks die hij maakte voor de films van Pixar, waaronder de bekroonde soundtrack bij de briljante animatiefilm Toy Story. Ook de afgelopen twee decennia maakte Randy Newman een aantal zeer succesvolle filmsoundtracks en hiernaast vertolkte hij op overtuigende wijze songs uit het American Songbook. 


Het kwam wat mij betreft niet echt in de buurt van de meesterwerken die Randy Newman aan het begin van zijn carrière maakte, maar dat de Amerikaan het maken van geweldige platen nog niet verleerd is, laat hij horen op het deze maand verschenen Dark Matter. 


Op Dark Matter keert Randy Newman terug naar de muziek die hij in de jaren 70 en 80 maakte, maar kleurt hij ook op fascinerende wijze buiten de lijntjes van zijn zo herkenbare geluid. 


Op Dark Matter spelen het bijzondere pianospel van Randy Newman, zijn wat nasale stem en zijn even poëtische als humoristische en rake teksten een belangrijke rol, maar Dark Matter is ook voorzien van een bijzonder klinkende orkestratie, die de plaat voorziet van veel sfeer en dynamiek. 


Zeker wanneer Randy Newman kiest voor een betrekkelijk sobere inkleuring van zijn songs met vooral piano, verraden alleen het randje gruis op zijn stembanden en de wat onvaste noten dat een aantal decennia zijn verstreken sinds de release van de hierboven genoemde klassiekers, maar Randy Newman pakt op Dark Matter ook steviger uit met flink aanzwellende strijkers of stuwende blazers. 


Hier en daar schuift de Amerikaan op in de richting van zijn filmsoundtracks (en met name richting de soundtrack die hij in 1981 maakte bij de film Ragtime), maar Dark Matter laat zich ook beïnvloeden door alle muziek die wordt gemaakt in het door Randy Newman decennia geleden al omarmde New Orleans. 


Randy Newman is inmiddels 73, maar gaat op Dark Matter op gloedvolle wijze aan de haal met gospel, soul, rhythm & blues, jazz en blues. Net als op zijn vroegere platen strooit Randy Newman op Dark Matter driftig met memorabele songs en teksten die de vingers steeds feilloos op een zere plek leggen (aan zere plekken geen gebrek in het Amerika van 2017), maar de nieuwe plaat van Randy Newman is ook een hele spannende plaat, die je steeds weer op het verkeerde been zet en die bij iedere luisterbeurt weer nieuw moois laat horen. 


Randy Newman was de afgelopen decennia niet altijd in goede vorm, maar Dark Matter misstaat niet naast zijn beste platen. Dat is knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman






dinsdag 8 augustus 2017

Lana Del Rey - Lust For Life

Elizabeth Woolridge Grant maakte al een aantal jaren muziek als Lizzy Grant, maar brak pas door naar een groot publiek toen ze zich in 2011 Lana Del Rey ging noemen en een video voor de song Video Games op YouTube plaatste. 

Video Games viel op door een bijzonder verleidelijk en zwaar onderkoeld geluid vol flarden uit een ver verleden en maakte direct een onuitwisbare indruk. 

Het is een geluid dat de singer-songwriter uit New York op al haar tot dusver verschenen platen nadrukkelijk heeft omarmd, al flirtte de in Lake Placid opgegroeide muzikante ook met enige regelmaat met een meer uptempo en ook meer doorsnee popgeluid. 

Persoonlijk hoor ik Lana Del Rey het liefst in de ingetogen en zich in een laag tempo voortslepende songs, want het is in deze songs dat ze zich weet te onderscheiden van alle andere Amerikaanse popprinsessen. Vergeleken met deze andere popprinsessen kan Lana Del Rey vanwege haar eigen geluid rekenen op verrassend veel sympathie van de critici en de serieuze muziekliefhebber en daar valt wat mij betreft weinig op af te dingen. 

Ook op haar nieuwe plaat verleidt Lana Del Rey weer makkelijk met vooral zwaar onderkoelde popliedjes vol echo’s uit het briljante Video Games, dat inmiddels al weer zes jaar oud is. Voor Lust For Life kon de Amerikaanse zangeres een beroep doen op een aantal topproducers en bovendien was de gastenlijst met namen als The Weeknd, A$AP Rocky, Sean Ono Lennon en Stevie Nicks zonder meer indrukwekkend te noemen. 

Lana Del Rey verraste een paar jaar geleden nog met de keuze voor Dan Auerbach als producer, maar is dit keer toch gevallen voor de binnen de Amerikaanse popmuziek geijkte namen als Rick Nowels, Max Martin, Boi-1Da, Benny Blanco en Emile Haynie. Ik was daarom bang dat Lana Del Rey op Lust For Life meer zou aansluiten bij de Amerikaanse popmuziek zoals die door alle grote popprinsessen wordt gemaakt, maar dat valt gelukkig erg mee. 

Op Lust For Life domineert het inmiddels uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid. De ingetogen klanken en even zwoele als onderkoelde vocalen zijn gebleven, maar het leger aan topproducers heeft nog een aantal lagen toegevoegd aan haar muziek. 

Waar alle genoemde producers normaal gesproken niet vies zijn van flink wat bombast, hebben ze Lust For Life voorzien van een opvallend subtiel, heerlijk loom en over het algemeen stevig benevelend geluid. Ook de gastmuzikanten worden op opvallende wijze in het Lana Del Rey keurslijf gedwongen en het is een keurslijf dat nog altijd garant staat voor heerlijk wegdromen. 

Lana Del Rey doet op Lust For Life geen echt nieuwe dingen, maar boekt vanwege het buitengewoon knap in elkaar geknutselde geluid wel progressie. Dat doet de singer-songwriter uit New York ook in vocaal opzicht, want de zang op Lust For Life is veel beter dan die op de vorige platen. 

Lang niet iedereen zal vatbaar zijn voor de zwoele verleiding van Lana Del Rey, maar iedereen die, net als ik, haar vorige platen koestert, vindt ook op het bij vlagen zelfs wonderschone Lust For Life weer heel veel om van te genieten. Erwin Zijleman